- Avondbezorging
- Advies in onze winkel
Voordat jij nu elke ochtend kan genieten van een kop koffie, ging daar een eeuwenlange reis aan vooraf. Miljoenen mensen zetten dagelijks een bakkie zonder erbij stil te staan welke weg die kleine boon heeft afgelegd voordat hij in hun kopje belandde. De geschiedenis van koffie is een verhaal vol toevalstreffers en zelfs een gedurfde smokkelactie naar Nederland.
Geiten met drie shots espresso achter de kiezen
Zo'n duizend jaar geleden struinde de Ethiopische geitenhoeder Kaldi door het landschap toen hij iets opmerkelijks zag. Zijn geiten snoepten van een struik met rode bessen en gedroegen zich daarna alsof ze net drie espresso's achter de kiezen hadden. Springen, blaten, geen slaap te bekennen. Kaldi, nieuwsgierig als hij was, proefde de besjes zelf. De rest is geschiedenis, al moeten we die legende waarschijnlijk met een korreltje zout nemen.
Wat we wél zeker weten, is de geografische oorsprong: de Ethiopische regio Kaffa, waar 'koffie' zijn naam aan dankt. De koffieplant (Coffea arabica) groeide daar al eeuwen in het wild op de berghellingen. Lang voordat men bedacht om de pitten te roosteren en er koffie van te zetten, at de lokale bevolking de energierijke bessen al zo uit de hand.
Van bes tot boon
Wat wij een koffieboon noemen, is botanisch gezien een pit. De koffieplant draagt kersrode bessen met daarbinnen meestal twee pitten, plat tegen elkaar aan. Voor er ook maar íets geroosterd kan worden, moet de bes geplukt, ontpulpt en gedroogd worden. Dit gebeurt vaak met de hand, want alleen de rijpe, rode bessen leveren kwaliteitskoffie op. Pas daarna is de pit, een groene boon, klaar om verscheept en gebrand te worden.
De oversteek naar Jemen
Van kauwen naar drinken was nog een hele stap. In Ethiopië werden de bessen aanvankelijk vermalen en gemengd met vet tot een soort energierepen voor onderweg. Pas later, aan de overkant van de Rode Zee in Jemen, begonnen mensen de bonen te roosteren en te brouwen zoals wij het nu kennen.
Soefi-monniken gebruikten het brouwsel om wakker te blijven tijdens hun nachtelijke gebeden. De havenstad Mokka (of Mokha) werd al snel het absolute middelpunt van de wereldwijde koffiehandel. De Arabische naam qahwa reisde mee met de bonen, werd in het Turks kahve en belandde uiteindelijk in het Nederlands als 'koffie'.
De grote koffieroof
Jemen bewaakte zijn koffiemonopolie als een schat: de rest van de wereld mocht wel gebrande bonen kopen, maar nooit een levende plant of een kiemkrachtig zaadje. Toch lukte het de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) om die blokkade te slim af te zijn. Koopman Pieter van den Broecke wist in 1616 in Mokka stiekem een koffieplantje te bemachtigen en smokkelde het mee richting Nederland.
Een koffieplantage kweken in het natte, koude Hollandse klimaat bleek al snel een utopie. Dus verscheepte de VOC de planten eind 17e eeuw naar het tropische Java. Dat werd een groot succes. In 1706 kreeg de Amsterdamse Hortus Botanicus een op Java opgekweekt exemplaar cadeau. In de verwarmde Amsterdamse kassen groeide die 'moederplant' zo voorspoedig, dat er al snel stekjes naar Suriname en het Caribisch gebied werden verscheept. Zo legde één gesmokkeld plantje de basis voor de wereldwijde teelt van de Arabica-boon.
Koffie doet zijn intrede in Nederland
Terwijl de handel in geïmporteerde Arabische bonen langzaam op gang kwam, opende rond 1663 het eerste Nederlandse koffiehuis zijn deuren in Amsterdam, uitgebaat door de Engelsman Abraham Kick. Een jaar later volgde Den Haag.
Vergeleken met Londen, waar op dat moment al honderden koffiehuizen te vinden waren, ging het in Nederland dus nog behoorlijk bescheiden. Zolang alle bonen nog uit het Midden-Oosten moesten worden geïmporteerd, bleef koffie een luxeproduct voor de elite. Pas toen de VOC zelf koffie ging kweken op Java en in de Hortus, kwam de drank binnen handbereik van de gewone Amsterdammer.
Die oorsprong proef je nog steeds
Al die duizend jaar na Kaldi's springerige geiten draait het nog steeds om diezelfde boon: Arabica, met wortels die nog altijd teruggaan naar Ethiopië. Bij Bobplaza vind je 'm in verschillende vormen terug. Ga je voor de klassieker, dan kun je alle kanten op met Arabica-bonen van merken als illy, Geels of Giraffe Coffee. Ben je benieuwd hoe zo'n boon nog dichter bij zijn oorsprong smaakt, dan is de specialty coffee van Lot61 een goede volgende stap: lichter gebrand, met precies dat soort fruitige, heldere smaken waar Ethiopische koffie nog altijd om bekendstaat.
En wil je die smaak ook echt goed uit de boon halen? Dan begint dat bij de juiste machine. Van een simpele percolator tot een espressomachine die tot op de gram precies weet hoeveel er per kopje moet.